Wittebroodsweken

Er was eens een man,
hij is nu geweest,
hij was redelijk knap
en immer beleefd.

Hij had ook een vrouw,
een waanzinnige heks,
ze kookte ellendig,
had nooit zin in seks.

Hij gaf om zijn vrouw,
maar wat haatte ze hem,
en op een druilerige dag
liep ‘ie onder de tram.

De conducteur dacht:
Ach grut, hij’s de klos,
naar nu wel, Godzijdank,
van zijn vrouw verlost.

Het nieuws van zijn dood,
bereikte ook haar,
raakte niet echt
d’r gevoelige snaar.

Ze haastte zich naar de bakker,
voor twee heel witbrood,
genoeg voor een maand,
want nu was hij dood.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.