Parijs en Libanon (en de rest)

Libanon

Parijs en Libanon (en de rest)

Ik noem je 9 landen. Denemarken, Tunis, Jemen, Kenia, Verenigde Staten, Sanaa, Frankrijk, Filipijnen, Libanon. In al deze landen zijn in 2015 terroristische aanslagen gepleegd. Het eerste en het zevende land zijn de enige landen in Europa dat met de beesten van IS te maken heeft gehad. Frankrijk maar liefst drie keer. Ik durf te wedden dat het gros van ons van sommige landen in deze lijst niet eens weet had. Laat staan weet waar het precies ligt.

Angelina Jolie vroeg er op Facebook aan het begin van de avond aandacht voor. Eergisteren, 12 november en één dag voor de aanslagen in Parijs pleegde IS een aanslag in Beiroet. 43 doden en bijna 200 gewonden. De kracht van de ontploffing zie je hierboven. Je hoort er niemand over.

Intussen is onze onschuld voorbij. In Parijs geen bloemenzeeën, geen protestmarsen in heel Europa en daarbuiten. Zoals in januari van dit jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. In Parijs blijven de mensen liever thuis. Wie wel op straat is wordt door de Gendarmerie gemaand door te lopen. “130 doden is genoeg.”

En ik denk dat dit voor ons allemaal geldt. Vanavond liep ik over station Arnhem. Ik zie extra beveiligingspersoneel. Onwillekeurig kijk ik ook beter om me heen. Achteraf besef ik pas dat ik dat ik meer op mijn hoede ben. Of ik bang ben? Nee, ik ben niet bang. Ik laat mij niet bang maken. Ik weiger me bang te laten maken door een losgeslagen horde waanzinnigen.

Waar ik nog veel bewuster van ben geworden, is dat wat er gisterenavond in Parijs gebeurde in het afgelopen jaar al in 8 andere landen geschiedde. Overal ter wereld. De mensen in die landen (en de regio) leven net als wij ook in onzekerheid of angst voor terreur als van IS.

En het is zó waar: zijn dit nou niet juist de verschrikkingen (en vaak nog veel erger) waar al die mensen uit Syrië een veilig heenkomen om zoeken?

IS is het probleem in de hele wereld. Vluchtelingen opnemen of niet? Grenzen dicht? IS strijdt ook dan tegen ons. Laten we antwoorden door er voor elkaar te zijn en IS verslaan.

Doorverbonden door Dumpert

Allemachtig! Er lopen over onze dorpspleinen en winkelstraten op het moment dat je dit leest honderden IS terroristen. Honderden! Dat is heel, heel slecht nieuws. Want dat zijn er heel, heel veel. Die kunnen dus ieder moment, terwijl u net even de pas inhoudt en door de etalageruit van het C&A gluurt, vlak naast je een bom laten afgaan. Of een zelfgemaakte digitale wekker.

Waar ik dat nou weer vandaan heb? Ik heb dat gisteren gehoord in de Tweede Kamer. Daar werd dat medegedeeld. Door de Leider van de partij die staat voor Vrijheid (-maar-niet-voor-iedereen).

Hij zei:

Elke dag opnieuw stuurt IS terroristen onze kant op. Honderden terroristen lopen nu al in onze straten rond.

 

Ik herinner me dat de volksmenner een week of twee geleden ook al emmerde. Hij had iets gehoord in de Commissie Stiekem. Iets dat hij niet mocht verklappen. Want dan is het niet meer stiekem. Dus is het tot nu toe raden wat hij daar toegefluisterd had gekregen.

Zou hij misschien over die honderden gehoord hebben? Zou hij van de Minister van Justitie vernomen hebben dat er door de Amsterdamse steegjes honderden IS terroristen dwalen? Bomgordels aan de grachtengordel.

Nee, natuurlijk heeft hij dat daar niet gehoord. Als hij dat wél daar gehoord zou hebben, kan hij dat niet achteraf toch roeptoeteren. Hij kon dat toen niet, dus kan hij dat ook nu niet.

Ondertussen stroomt mijn Facebook tijdlijn vol met onzinnig gekwaak en angstaanjagende Youtube-filmpjes. Op de één of andere manier altijd doorverbonden door Dumpert. Ik wil helemaal niet doorverbonden worden met Dumpert. Ik wil alleen doorverbonden worden als er wat te lachen valt. Maar ik wil niet lastig gevallen worden door propaganda.

Het is propaganda. Het is allemaal bedacht door mensen die een hekel hebben aan andere mensen. Sterker nog, het is bedacht door mensen die andere mensen, met een andere huidskleur, een andere afkomst en een ander geloof, minachten. Verachten. Haten.

Raak je vergiftigt door angst? Of durf je de vluchtelingen recht in de ogen te kijken.

Aan ons de keus.

Een zelfgekozen dood

“Joost Zwagerman overleden”, piepte mijn mobiele telefoon. De NOS pushte mij het bericht te lezen. Joost Zwagerman, schrijver en televisiemaker, heeft een einde aan zijn leven gemaakt. Zelfmoord.

Een aantal jaren geleden verkoos ook Anthonie Kamerling de dood boven te leven. Per dag nemen gemiddeld vijf Nederlanders eenzelfde beslissing. Joost Zwagerman, die openhartig sprak over zijn depressies en over de poging tot zelfmoord van zijn vader, noemde het een egoïstische keuze. Hij vertelde nadrukkelijk over de gevolgen voor de partner, familie en vrienden, die verder moeten leven met de onbegrijpelijk lijkende keuze van hun geliefde.

Bron: NOS

Bron: NOS

Zelfmoord. Zelf vind ik het een ongelofelijk slecht woord. Hoewel ik het woord ‘moord’ taalkundig begrijp, maakt dit het begrip juist zo onbegrijpelijk. Het woord zet het moment van doen centraal. Terwijl een doodziek mens, zonder kans op herstel, hetzelfde mag beslissen onder een vriendelijker naam: euthanasie.

Let wel op, ik ga geen pleidooi houden voor acceptatie van zelfmoord. Het is goed dat hier niet lichtzinnig over gedacht wordt. Zwagerman had gelijk als hij zei dat de keuze voor zelfmoord té ingrijpend is voor nabestaanden. Een zelfgekozen dood ontwricht de levens van de nabestaanden voor de rest van hun leven.

Bron: NOS

Bron: NOS

Er is alleen ook een andere kant. Een depressie is een ziekte. Een ernstige ziekte. Een ziekte die zich afspeelt in de hersenen van de patiënt. Hoe hard een patiënt ook knokt voor herstel, hoeveel medicatie een patiënt ook voorgeschreven krijgt, de ziekte ís er. Het is geen verzinsel, geen aanstellerij, het is zelfs geen ongrijpbaar iets. Het is net als hartfalen, kanker of Ebola, aantoonbaar een ziekte.

De ziekte depressie kan dodelijk zijn. De ziekte kan zich zo manifesteren dat het leven zo zwart en uitzichtloos is, dat de enige uitweg uit die hel de dood lijkt te zijn. Dat is géén rationele gedachte, maar de gedachte van een doodzieke patiënt. Dit is de reden dat ik zelfmoord nooit ‘a-sociaal’ wil noemen.

Want vanuit die nuancering gaat in veel gevallen de vergelijking met euthanasie mank. Het maakt de titel van dit bericht zelfs misplaatst. De ziekte neemt de beslissing, niet de patiënt.

Joost Zwagerman heeft tegen zijn ziekte gevochten als een leeuw. De ziekte heeft uiteindelijk gewonnen. Laten we goed voor elkaar zorgen, en in het bijzonder voor hen die te kampen hebben met deze vreselijke ziekte. Het kan levens redden.


Joost Zwagerman over zelfmoord: “Absoluut. Maar als een troostgedachte. En daarna heb ik het voor mijzelf getaboeïseerd. Dat geeft al aan dat ik het echt altijd beschouwd heb als no-go-area. Zeker met kinderen. En ik heb geprobeerd het eruit te schrijven en het monster recht in de ogen te kijken.


Heb je last van depressies en heb je gedachten over de dood?
Praat erover! Bijvoorbeeld met 113Online.

Gruwelijk

Foto jongetje Syrië

 

Ik toon dit.

Omdat het de gruwelijkheid beschrijft van vluchtelingen uit landen waar een gruwelijke oorlog woedt. Die miljoenen mensen doet vluchten en in handen drijft van gruwelijke mensensmokkelaars. Die over lijken van vaders, moeders, kinderen, gruwelijk veel geld verdienen. Dit kleine jochie is daardoor een gruwelijke verdrinkingsdood gestorven.

Terwijl wij 70 jaar geleden nog riepen. Dit nooit meer!

Zeggen wij straks. Wir haben es nicht gewusst?

Wie dit jongetje met de armpjes langs zijn lichaam, dood aan vloedlijn heeft zien liggen en zijn ogen afwendt, is niets beter dan diegene die hem de dood heeft ingejaagd.

Sluit nooit je ogen voor vluchtelingen die voor de bommen en slachtingen oorlog ontvluchten. Wie zegt je, dat jouw kind niet ooit hetzelfde overkomt?

Gruwelijke gedachte, niet?

(Geef ook aan de collecte voor Stichting Vluchteling: “Niets doen is geen optie“)

Social Media

Ik ga op bezoek. Laten we zeggen, bij de nieuwe buren. Hun huis bekijken, ze hebben maanden geklust en drie weken geleden zijn ze verhuisd. Ga hun opgeknapte huisje bekijken en ik ben vooral benieuwd. Wie ze zijn, hoe ze leven, waar ze werken, wat ze meemaken. Gewoon, wat voor mensen het zijn.

Ik ken ze wel, want natuurlijk heb ik ze al eens gesproken. Gewoon, bij het uitladen van de auto, in de tuin, bij het voorbijgaan. Maar dat is natuurlijk ook niet écht kennen. Nu is het moment. Om ze beter te leren kennen.

Dus, daar is het bosje bloemen. En ik zit op de bank. Kijkt om me heen. Leuk opgeknapt. Even door het huis lopen? Túúrlijk, leuk!

Alle muren zijn betegeld. Met tegeltjes. Tegeltjes met wijsheden erop. Alle tegelfilosofen zijn van de partij. Ik moet ze lezen. Stuk voor stuk. En kom er niet onderuit.

Dan zit ik weer op de bank. Buurvrouw komt met een stapeltje foto’s. Ze glundert. Wil je even zien wat we deze week hebben gegeten? Ik krijg een stapel foto’s in mijn handen geduwd. Kijk naar aardappels. Boontjes, speklap. Foto later is het pasta. Ik zie een heel kookboek van die verrekte Jamie. Op het bord van de buurvrouw. Zonder dat ik erom gevraagd heb. De laatste foto is het ergst. Een selfie met een braadworst.

Tijd voor het bittergarnituur. Met biertje, borreltje, glaasje sprankelende wijn. We verkassen ervoor naar buiten. Onder de terrasverwarmer. Fotootje. Selfie. Fotootje. Voor op de stapel.

We kletsen wat. Fout. Ze kletsen wat. Wat is vooral klagen. Klagen over cao’s, klagen over buitenlanders, klagen over strandtenten, klagen over geklaag. Soms is het even stil en probeer ik een ander onderwerp. Ze steken enthousiast duimen omhoog en beginnen over zichzelf.

Als ik naar huis ga en hen gedag zeg, lopen ze me achterna. Hun tuinpad af, mijn tuinpad op. Ze volgen me naar binnen. Kijken me verwachtingsvol om zich heen. Op zoek naar de tegeltjes op de muren.

“Heb jij ook foto’s van wat je hebt gegeten?”

Depressie

Elke ochtend neem ik er een aantal ons van in. Ik ben een echte grootverbruiker. In verschillende vormen en groottes, maar wel alles in één keer naar binnen. Met een slok water. Weg ermee. Naar de diepte waar ze geacht worden hun helende krachten in te zetten.
Soms voel ik me net een chemische fabriek. Ik heb het over de medicijnen die ik in opdracht van een handvol artsen verondersteld word in te nemen.

Het begon met één pilletje. Dat werkt niet goed genoeg, dus het worden er twee. Toen kwam het begrip ‘bijwerking’ tot leven. Weer twee pillen erbij. Om de hoge bloeddruk tot bedaren te brengen. Vijfde en zesde pil als bonus, ben trouwe klant. Plus nog een gratis extra bijwerking. Oorsuizen. Niks aan te doen. Ik heb de hele dag gezelschap van een kleine, maar niet bestaande wervelwind.

Het eerste pilletje neem ik in naar aanleiding van een sombere bui die iets te lang blijft hangen. Sedert mijn vroege jeugd ken ik de minder gezellige tijden. Het verhaal gaat dat ik al depressief ter wereld kwam. Mijn huilbuien waren zo onbedaarlijk dat de hele buurt kennis had van mijn sacherijn. Later bleef zo’n bui te lang hangen. De plaatselijke medicijnman stopt er een pilletje in.

Want, vertelt de dokter mij, in mijn hersenen gaat iets gruwelijk mis. Ik maak een bepaald stofje niet aan, dat ervoor zorgt dat ik alles om mij heen een beetje normaal kan verwerken. Dat stofje maken de meeste mensen gewoon zelf aan. Omdat ik het stofje niet aanmaak, heb ik een ziekte. Depressie, heet dat.

Dok zei dat ik nog even goed moet worden afgesteld. Op een namiddag kijkt hij me tevreden aan. Hij vindt het allemaal erg goed gelukt. En ik knik instemmend, blij dat ik van zijn geëxperimenteer af ben.

Vanaf dat moment kijkt iedereen me verwachtingsvol aan. Want als je door de Psych naar huis gestuurd wordt met de mededeling dat je het met wat hulp van Bayer op eigen kracht wel af kunt, nemen de meesten aan dat je voortaan vrolijk bent.

Maar zo werkt het niet. De medicijnen zorgen er niet voor dat ik genezen ben van mijn ziekte. De stoffen maak ik tenslotte nog steeds niet zelf aan. De medicijnen zorgen daarvoor. Dat betekent niet dat ik iedere dag een dosis vrolijkheid binnenkrijg. De pillen zorgen voor een betere distributie, niet voor vrolijkheid. Het maakt, zeg maar, het leven draaglijk.

Dat klinkt best depressief. Dat is het ook. De ziekte, die krijgt een pil niet weg. De genezing is in mijn geval nooit 100%, omdat m’n lichaam het stofje nooit op eigen kracht kan aanmaken. De pil ondersteund dat. Daarom zei Psych ‘op eigen kracht’. Het blijft een strijd. Net als iedere andere chronische ziekte.

Humaan

Een week deden ze erover. Een volle week om te beslissen over basale voorzieningen aan vluchtelingen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen en moeten terugkeren naar het land van herkomst. Zeven dagen overleggen over het beschikbaar stellen van een bed, mogelijkheid om je te wassen en wat eten. Wat de één een minimale vereiste noemt om nog een beetje menswaardig in leven te blijven, is voor het kabinet reden voor een hele week harde onderhandeling.

Een humane oplossing, daar werd over vergaderd. In het woord humaan zit het woord ‘mens’ verweven. Want daar gaat het hier om. Om mensen, zoals jij en ik, die uit oorlog, honger en ellende en met gevaar voor eigen leven zijn weggevlucht om kans te maken op een menswaardig bestaan. In plaats van dood te gaan.

De VVD, met de hete adem van een ex-discipel van Bolkestein in de nek, zet al het moraal bij het vuilnis en wil de medemens de eerste levensbehoefte met liefde ontzeggen. En de PvdA doet concessies en verraad de eigen principes. Een klucht van een week.

Wat overgebleven is, is een gammel plan dat regelrecht ingaat tegen internationaal recht en afspraken en mensenrechten. Het is het plan dat gemeenten ‘gemeentelijk ongehoorzaam’ maakt. Want het plan is inhumaan, asociaal en mensonterend.

Dat is de maatschappij die onze regering maakt.

Of breekt.

Rutte, ga je schamen

Vandaag in het nieuws. ICT-consultant, aan het werk gezet door minister Opstelten om de netwerkproblemen bij de Nationale Politie te verhelpen, kreeg voor de klus drie keer de Balkenendenorm. Opstelten betaalde de goede man voor twee jaar arbeid 1,3 miljoen.
Nee, het is geen tikfout. Ook geen overdrijving. 1,3 miljoen voor twee jaar werk. De miljonair-consultant kreeg er ook een collega bij. Goed voor 400.000 euro. En beiden kregen ze er nog een extra voordeeltje bij: een dienstauto met chauffeur. Dringt het al tot je door?

Voor het geval je denkt dat het allemaal waard was; de ICT problemen bij onze Nationale Politie zijn niet opgelost. Ik herhaal: niet opgelost NIET opgelost.

Niet veel later komt Mark Rutte in beeld. Omdat hij zich schaamt. Ik dacht: goed zo! Tot ik begreep dat zijn schaamte niet gaat over de schaamteloze zelfverrijking van deze mislukte ICT-professional, die zijn minister van Justitie tenslotte mogelijk gemaakt heeft. Maar Mark Rutte sprak zijn schaamte uit voor het gedrag van een aantal volledig losgeslagen idioten die Rome vernielden.

Terechte schaamte? Ja natuurlijk!

Maar eerder nog, veel eerder nog had Mark Rutte de ogen uit zijn kop moeten schamen omdat de agenten die iedere dag voor onze veiligheid zorgen, inmiddels al vijf jaren achtereen géén CAO hebben. Al gedurende vijf jaar op de nullijn zitten. Geen cent erbij gekregen hebben. Uitgaande van 2 % inflatie is dat.. juist, 10 % inleveren op inkomen. Omdat de minister van Justitie niet over de brug komt met een goede CAO. Niet zo heel gek dat de politie inmiddels witheet is.

Maar daar schaamt de VVD-premier zich niet zo voor. Evenmin voor die achterlijke ICT-beloning en dito dikke dienstauto. Want dat kan er best van af, uit de staatskas.

Geld zat. Blijkbaar.

Blijde verwachting

Wat is het koud vandaag!

Hoe vaak heb je dit al gehoord? Het is koud vandaag. De koudste dag tot nu toe. Snijdende koude wind, die overal heen jaagt. Wat een koude oren, handen, voeten! Koud, koud, koud.

Al acht keer het woord koud gebruikt. Het moet wel koud zijn vandaag.

Ik zie de zon, heldere lucht. Jas aan, muts over mijn oren. Snuif de boslucht naar binnen. Moet weten dat ik bij het bos woon ook. Resten sneeuw links en rechts van me. Duik dieper in m’n jas. Het is koud vandaag.

Natuurlijk lonkt de lente. Dat is de mooiste jaargetijde. Het moment dat het licht van de zon dwars door de net uitkomende jonge blaadjes komt. Alles om je heen is dan mintgroen. De natuur ontwaakt in ontwapende schoonheid.

Maar vandaag is het koud. Sneeuwklokjes zoeken het oppervlakte.

In blijde verwachting.

Dat nooit meer

Ik maak me zorgen. 70 jaar na de bevrijding lijkt het gevaar op een herhaling van de geschiedenis dichterbij dan ooit. Europa heeft bewezen dat het gevaar van het nationalisme nog steeds tastbaar aanwezig is. Nationalisme wordt openlijk en door steeds meer burgers omarmd. In Nederland, maar ook in Frankrijk, Engeland, Italië en Duitsland. Het lijkt wel dat we zijn vergeten wat het uitsluiten van bevolkingsgroepen voor gevolgen heeft.

Terwijl er na de Tweede Wereldoorlog op ons continent een conflict heeft gespeeld die verbazingwekkend veel overeenkomsten laat zien: De Joegoslavische Burgeroorlog.

Wie waar de baas is, wie waar mag wonen, dat vechten we uit met wapens.

Toch zijn we ziende blind. Loopt een groot deel van Nederland als makke schapen achter de ideologie van één man aan, dat in een islamvrij Nederland voorziet. Ik blijf het herhalen. Vanuit die voedingsbodem zijn eerder oorlogen gevoerd.

In de Tweede Wereldoorlog waren het de Joden. Criminelen waren het. Het laagste dat er bestond. In deze tijd zijn het de moslims. We zien geen onderscheid meer tussen terroristen die uit naam van Allah een Jordaanse piloot verbrandt en een moslimgezin op de vierde etage in een gemiddelde achterstandswijk in Rotterdam.

In de Tweede Wereldoorlog was er ook geen onderscheid. Jood zijn betekende de dood. De vraag in 2015 is hoever we het laten komen. Nu is er nog de keus. Vegen we een hele bevolkingsgroep op één hoop, of zien we nog onderscheid tussen goed en kwaad. Tussen werkelijkheid en angst.

Hoe groter de verdeeldheid wordt, hoe meer kans we IS geven ook in de westerse wereld bloed te laten vloeien. Zolang we jongeren van buitenlandse komaf niet dezelfde kansen geven, we ze als minderwaardig blijven zien, blijft de voedingsbodem bestaan.

Doorbreek de spiraal. En leer van het verleden. We hebben elkaar beloofd: ‘Dat nooit meer’.